Onderzoek Frekeweg – Leidschendam

In dit stuk wordt ingegaan op wat er aan een archeologisch onderzoek, zoals in dit geval uitgevoerd bij de Frekeweg, voorafgaat en wat er na de opgraving allemaal is gebeurd. Voor de resultaten van het eigenlijke onderzoek verwijzen we naar het artikel in het themanummer van het tijdschrift Westerheem over de Vlaardingencultuur.

Waarom onderzoek aan de Frekeweg?
De gemeente Leidschendam-Voorburg ligt voor een groot deel op een oude strandwal. Deze strandwal is tussen 3800 en 3500 v.Chr. ontstaan. Omdat deze strandwal wat hoger dan de omgeving lag, had men er geen last van natte voeten. In het westen lag de Noordzee, terwijl het gebied in het oosten ook vrij nat was. De strandwal was dan ook in trek voor mensen die al dan niet tijdelijk in het kustgebied wilden vertoeven. De locatie Frekeweg in Leidschendam ligt op de meest oostelijke strandwal en is daardoor een potentiële archeologische vindplaats, mede ook omdat er in de loop van de afgelopen tientallen jaren op verschillende plaatsen in de directe omgeving archeologische vondsten zijn gedaan die er op wijzen dat hier al vroeg mensen hebben gewoond en geleefd.

Wanneer komt de AWLV in beeld?
Aan de Frekeweg zouden twee appartementencomplexen met een ondergrondse parkeergarage worden gebouwd. Omdat de verstoorder verplicht is om voorafgaande aan de bouw een archeologisch onderzoek te laten verrichten, is er door RAAP BV vooronderzoek naar de locatie Frekeweg uitgevoerd. Naast bureauonderzoek zijn er ook boringen gezet. Uit de resultaten van dat onderzoek is de conclusie getrokken dat er ter plekke geen archeologisch interessante laag meer aanwezig was en dat het terrein door de provincie kon worden vrijgegeven.

Op dat moment is de AWLV in beeld gekomen. Vanwege de prehistorische vondsten in de omgeving (Prinsenhof) in de jaren 60 van de vorige eeuw, wilden wij graag een proefsleuf graven om te zien of er mogelijk toch iets te vinden zou zijn. Vanwege een bodemvervuiling die moest worden verwijderd en waarvoor bronbemaling was aangelegd, konden wij mooi aansluiten op die graafwerkzaamheden en een proefsleuf graven. Bij het graven van die proefsleuf is al snel een venige laag gevonden met vuursteen, botten en kleine aardewerkscherven. De mensen van RAAP BV die het oorspronkelijke onderzoek hadden uitgevoerd, zijn ons zelfs op hun vrije dag komen helpen met tekenen en inmeten. De scherven hebben wij laten determineren bij het BAI in Groningen en onze verwachting dat het materiaal van de Vlaardingencultuur was, werd bevestigd.

Natuurlijk hebben wij onze bevindingen gemeld aan de provinciaal archeoloog, doch die had het terrein al vrijgegeven en kon dat niet meer terugdraaien. Wij kregen toestemming om vervolgonderzoek te doen.

Proefsleuf, oktober 2006 (foto: Martin van Rijn).

Proefsleuf, oktober 2006 (foto: Martin van Rijn).

De opgraving
Daarna was het wachten tot er werkelijk zou worden gebouwd. Het terrein stond namelijk nog vol met bomen en er lagen ook nog fundamenten die eerst moesten worden verwijderd. Zonder uitgebreide bronbemaling kun je ook geen goede sleuven graven in het zand. Dus pas toen het hele terrein na twee jaar wachten bouwrijp was gemaakt en er een enorme damwand rond het bouwterrein was geslagen, waardoor er een soort badkuip was ontstaan, konden wij aan de slag. In de tussentijd hadden wij niet stilgezeten en overleg gevoerd met de aannemer, omdat wij van hem toestemming moesten hebben om het terrein te betreden en onderzoek te doen. Van de aannemer hebben wij gedaan gekregen dat de grond eerst tot het niveau met de laag met vondsten zou worden afgegraven. Wij zouden dan zelf het betrokken stuk verder verdiepen. Jammer was dat wij maar enkele dagen de tijd kregen voor het onderzoek en dat het in die dagen ook nog eens vreselijk slecht weer was. Het on­derzoek heeft desondanks veel vondsten en informatie opgeleverd.

Impressie van de opgraving (foto: Martin van Rijn)

Impressie van de opgraving (foto: Martin van Rijn)

Uitwerken en publiceren
Na de fase in het veld begon de vondstverwerking: heel voorzichtig wassen, drogen en nummeren van de vondsten, waarna werd geprobeerd of vondsten aaneen te plakken waren. Er werden foto’s gemaakt, tekeningen en lange determinatielijsten. Via onze nieuwsbrief bleven onze leden en donateurs op de hoogte van de voortgang.
Uiteindelijk heeft een en ander geresulteerd in een artikel in het tijdschrift Westerheem dat toevallig een themanummer ging uitbrengen vanwege het feit dat 50 jaar eerder de eerste vondsten in Vlaardingen waren gedaan waarnaar het betrokken materiaal is vernoemd.
Later is ook in het themanummer van de Historische Vereniging Voorburg een hoofdstuk aan de opgraving van de Frekeweg gewijd. (LINK naar de publicatie Archeologisch onderzoek in L-V, volgt)
Twee stukken aardewerk hebben wij professioneel laten restaureren, omdat dat enerzijds een beter beeld geeft van het aardewerk, doch ook omdat het aardewerk daardoor beter behouden blijft. Die vondsten vormden het pronkstuk op een kleine expositie in de Leidschendamse vestiging van de bibliotheek. Eerder waren zij bovendien te zien op een tentoonstelling over de Vlaardingencultuur in het Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg.

Behalve in genoemde tijdschriften en exposities, hebben wij ook via lezingen aandacht gevraagd voor deze bijzondere vondsten.

Een van de twee gerestaureerde potten (foto’s: Restaura, Haelen).

Een van de twee gerestaureerde potten (foto’s: Restaura, Haelen).

Een van de twee gerestaureerde potten (foto’s: Restaura, Haelen).

Een van de twee gerestaureerde potten (foto’s: Restaura, Haelen).

Ook de gemeente heeft aandacht gegeven aan de vondsten aan de Frekeweg. In de wijk Prinsenhof is een zogenaamd Stadsbaken geplaatst over de vondsten aldaar. Op dat baken is tevens melding gemaakt van de vondsten aan de Frekeweg daar niet ver vandaan.
Enkele vondsten zijn opgenomen in de vaste opstelling van het heropende Stadsmuseum Leidschen­dam-Voorburg.
Dat het onderzoek zijn waarde behoudt, bewijst het feit dat de vondstgegevens worden gebruikt in het kader van de uitwerking van een opgraving in Wateringen.
Met de overdracht van de vondsten met documentatie aan het provinciaal bodemdepot in Alphen aan de Rijn, waar zij ook voor toekomstige onderzoekers te raadplegen zijn, vindt dit project zijn (voorlopige) afronding.

Nawoord
Hoewel het project Frekeweg helaas niet maatgevend is voor andere projecten, geeft het wel een goed idee van de rol die de AWLV op archeologisch gebied kan spelen.

Literatuur:
– Hirschel, R., ‘Vondsten aan de Frekeweg in Leidschendam’, in: Jacobs, A., G. Langerak en K. van der Leer (red.), Archeologisch onderzoek in Leidschendam-Voorburg. Enkele hoogtepunten 1985-2010, Historisch Voorburg 15, 2009, nr. 2, 9-14.
– Valk, B. van der, en R. Hirschel, ‘Een noodopgraving van een vroege Vlaardingen-vindplaats aan de Frekeweg, Gemeente Leidschendam-Voorburg: lessen geleerd (?)’, in Westerheem 2010 nr. 2, 2010, 120-133.