Romeinse bouwfragmenten van natuursteen (afkomstig van het voormalige Forum Hadriani). – Voorburg 1984-1995.

1. INLEIDING

Locatie van de Romeinse stad
Afb. 1. Locatie van de Romeinse stad.

Tussen 1984 en 1995 is door de Archeologische Werkgroep Voorburg (nu AWLV) bij verschillende opgravingen en waarnemingen op de locatie van de voormalige Romeinse stad Forum Hadriani in en rond het park Arentsburgh een groot aantal fragmenten van bouwelementen van natuursteen geborgen. In het onderstaande wordt eerst een algemene beschrijving gegeven van het geborgen materiaal, waarna speciale aandacht wordt besteed aan de in 1986 in de zogenaamde gassleuf aangetroffen bouwfragmenten van kalksteen en aan een opmerkelijk fragment van tufsteen dat in 1988 is gevonden bij de heropgraving door de ROB  van het zogenaamde keldertje van Reuvens.

2. ALGEMEEN

Opgravingen en waarnemingen
Er zijn tussen 1984 en 1995 door de AWV bij elf opgravingen of  waarnemingen in en rond park Arentsburg (afb. 1) bouwfragmenten van natuursteen aangetroffen. Het gaat – in chronologische volgorde – om de volgende projecten: (de nummers verwijzen naar tabel 1).

  1. Arentsburgh ’84 Op het zgn. trapveld werden door de AWV vijf sleuven getrokken om het verloop van de stadsmuur en -gracht te traceren. Daarbij werden fragmenten van tufsteen aangetroffen die echter niet geborgen zijn.
  2. Volkstuincomplex winter ’84/’85 Opgraving door AWV waarbij over een afstand van 4 m funderingstenen van leisteen werden aangetroffen. Deze zijn niet geborgen.
  3. Gassleuf oktober ’85 Door de AWV werden waarnemingen verricht bij het trekken van een sleuf over het zgn. trapveld door ENECO t.b.v. een gasleiding. Daarbij werd een aanzienlijke hoeveelheid bouwfragmenten van kalksteen gevonden, die ook werden geborgen.
  4. IJsbaan december ’85 Als gevolg van de aanleg van een ijsbaan op het zgn. trapveld werd de bodem plaatselijk verdiept tot het Romeinse vlak. In een noodcampagne heeft de AWV dit vlak in kaart gebracht. Daarbij werd een fragment van kalksteen geborgen.
  5. ROB ’88 Heropgraving door de ROB van eerder door Reuvens opgegraven ’keldertje’ en waterput t.b.v. een mogelijke reconstructie als onderdeel van een monument.
  6. Ds. Veldhoenlaan, 14 mei ’93 Bij vervanging riool zijn uitbraaksleuven van een Romeins gebouw gevonden met brokken kalksteen in het profiel. Deze zijn niet geborgen.
  7. Effathalaan 28, 8 juli ’93 Waarneming bij verwijdering olietank. Hierbij werd tufsteen van de stadsmuur aangetroffen, dat echter niet is geborgen.
  8. Ds. Veldhoenlaan 34, 19 juli ’93 Waarneming bij verwijdering olietank. Hierbij werd tufsteen van de stadsmuur aangetroffen, dat echter niet is geborgen.
  9. Effathalaan 41, 7 oktober ’93 Waarneming bij verwijdering olietank. Hierbij werd leisteen van de fundering van de stadsmuur aangetroffen, dat echter niet is geborgen.
  10. Effathalaan 35, 24 november ’93 Waarneming bij verwijdering olietank. Hierbij werden in het tracé van de stadsmuur fragmenten van tufsteen van de opbouw en leisteen van de fundering van de muur aangetroffen. Hiervan zijn slechts enkele (kleinere) stukken geborgen.
  11. Ds. Veldhoenlaan 10, voorjaar 1995 Noodopgraving in achtertuin in verband met herinrichting. Geborgen werd één fragment van kalksteen (mergel) met sporen van bewerking.
                                                 

Omvang vondstmateriaal
De door de AWV aangetroffen fragmenten vertegenwoordigen vanzelfsprekend slechts een fractie van het oorspronkelijke materiaal. Nadat de Romeinse stad in de 3e eeuw was verlaten, is deze eeuwenlang als ‘steengroeve’ gebruikt. Vervolgens zijn bij eerdere opgravingen door Reuvens (begin 19e eeuw) en Holwerda (begin 20e eeuw) veel stukken naar het museum verhuisd. Dat er desondanks bij de korte waarnemingen en beperkte opgravingen van de AWV toch nog naar schatting ver over de honderd forse fragmenten in de bodem zijn aangetroffen, wijst erop dat in Forum Hadriani aanzienlijke bouwwerken hebben gestaan. Door de AWV zijn bij de hierboven vermelde opgravingen/waarnemingen in totaal zesentachtig fragmenten met een grootste afmetingen (lengte, hoogte of diepte) van minimaal 12 cm geborgen (tabel 1.), alsmede enkele tientallen kleinere fragmenten. Hele grote stukken blijken wel te zijn waargenomen, maar niet te zijn geborgen (Mondelinge mededeling van C. Milot). De gevonden fragmenten zijn van kalksteen, tufsteen en leisteen.






Steensoort en plaats
In de proefsleuven van Arentsburgh ’84 (tabel 1, nr. 1) en bij de waarnemingen in de Effathalaan en Ds. Veldhoenlaan (tabel 1, nr. 7 – 10) ongeveer ter plaatse van de muur rond Forum Hadriani werden fragmenten tufsteen en leisteen aangetroffen. Deze zijn zeer waarschijnlijk afkomstig van deze muur. De stukken kalksteen, tufsteen en leisteen van de ROB-campagne (tabel 1, nr. 5) kunnen in verband worden gebracht met het huis, waarvan het stenen ‘keldertje’ is heropgegraven. De brokken kalksteen die in de Ds. Veldhoenlaan (tabel 1, nr. 6) zijn waargenomen, zijn waarschijnlijk afkomstig van een ongeveer op die plaats door Holwerda gelokaliseerd villa-achtig gebouw. De – niet geborgen – leistenen funderingsresten in het Volkstuincomplex (tabel 1, nr. 2) wijzen eveneens op een gebouw, evenals de wel meegenomen stukken tufsteen. De grote hoeveelheid kalkstenen fragmenten uit de gasssleuf (tabel 1, nr. 3) op het trapveld lagen zeker niet op hun oorspronkelijke plaats. Omdat het niet waarschijnlijk is, dat de zware kalkstenen fragmenten nodeloos over een grote afstand zijn verplaatst, zijn ze mogelijk afkomstig van het uit de opgravingen van Reuvens bekende badhuis.

Herkomst en functie
Van de 86 geborgen bouwfragmenten van natuursteen waren er 46 van kalksteen, 26 van tufsteen en 14 van leisteen. Alle natuursteen voor de bouwwerken in Forum Hadriani moest worden aangevoerd. De kalksteen werd met name betrokken uit het Ruhrgebied en de bovenloop van de Moezel. Het leisteen is afkomstig uit het Rijngebergte en het tufsteen uit de Eifel. Het gevonden leisteen is doorgaans onbewerkt. Het tufsteen is meestal aan één zijde en soms aan twee zijden afgevlakt. Bij het kalksteen komen allerlei rechthoekige en ronde vormen voor en is er soms duidelijk sprake van decoratie. Het leisteen is blijkens de opgravingen en waarnemingen vooral gebruikt voor de fundering van stadmuren en gebouwen. Het tufsteen is toegepast in de opbouw van de stadmuur, maar is ook gebruikt voor andere gebouwen. Het kalksteen is toegepast in de opbouw van de bouwwerken. Sommige kalksteenfragmenten zijn blijkens de vindplaats, de verwering en soms de resten mortel secundair gebruikt in de fundering.

3. KALKSTENEN FRAGMENTEN UIT GASSLEUF

Locatie
Door de AWV zijn bij een waarneming in oktober 1985 bij het graven door ENECO van een sleuf voor een gasleiding parallel aan de Prinses Mariannelaan langs het hek van het Diaconessenhuis tot aan de Arentsburghlaan over het zgn. trapveld 38 fragmenten van kalksteen aangetroffen. Eén kalkstenen zuilfragment werd aangetroffen tezamen met een brok tufsteen en fragmenten van een dakpan en een tubulus (verwarmingsbuis) in een drie meter lange uitbraaksleuf van een fundering, op ongeveer 30 m  afstand van de Arentsburghlaan (afb. 2-A en 3a-A). De meeste van de bewerkte bouwfragmenten, waaronder zuil/sokkelfragmenten en een fragment van een voetstuk lagen op ca. 10 m van de laan (afb. 2-B en 3b-B). De rest werd gevonden in een voormalige sloot in het talud van de laan tezamen met enig 17e eeuws puin (afb. 2-C en 3b-C). Deze sloot was een perceelscheiding uit de middeleeuwen, die echter door Holwerda (die hier tussen 1911 en 1915 groef) voor een Romeinse spitsgracht is aangezien. Kennelijk zijn de Romeinse bouwfragmenten in de 17de eeuw gebruikt voor het dempen van deze sloot.

Bewerking
Van deze 38 kalksteen fragmenten zijn er 16 door breuk en verwering onregelmatig van vorm geworden. Over de oorspronkelijke functie ervan valt niets te zeggen. Gezien de aard van aantasting van sommige brokken is secundair gebruik als funderingsmateriaal waarschijnlijk. De overige 22 fragmenten hebben rechthoekige of ronde vormen en zullen in de meeste gevallen deel hebben uitgemaakt van een zuil, een sokkel, een voetstuk of een ander decoratief bouwelement. Ze zijn opgenomen in tabel 2.

Afb. 3b.
Afb. 3a. Lengteprofiel van de gassleuf.
Afb. 2. De gassleuf.
Afb. 4. Romeins gereedschap voor de bewerking van natuursteen.







De bouwfragmenten vertonen een grote variëteit in de mate van afwerking. De zeer ruw behakte vlakken en delen van vlakken hebben waarschijnlijk buiten het gezicht gezeten: in de grond of afgedekt met een stuclaag. Getuige de verschillende sporen is bij de bewerking met uiteenlopende gereedschappen gewerkt. De steen werd in de Romeinse tijd doorgaans ruw bewerkt met een zgn. spitsvlecht en afgewerkt met een hamer en een puntbeitel. De maten werden afgezet met een steekpasser. Voor het tekenen van de juiste vorm werd een houten mal gebruikt (afb. 4) .



Afb. 5.
Afb. 6.








Vorm en functie
Tien van de fragmenten hebben een ronde vorm en elf zijn min of meer rechthoekig. Eén fragment heeft een rechthoekige vorm die overgaat in een ronde.

Rechthoekig
Van de rechthoekige fragmenten zijn er drie aan één zijde voorzien van afwisselend rechte en afgeronde ribben. Twee passen bij elkaar (tabel 2, nr. 2 en 3, afb. 5). Het derde fragment (tabel 2, nr. 7, afb. 6) heeft aan boven en onderzijde een gat waarin mogelijk een pen heeft gezeten die dit blok heeft verbonden met een boven- of onderliggend blok. De met ribben versierde fragmenten hebben mogelijk deel uitgemaakt van een zuil. Dergelijke fragmenten uit de 1e eeuw na Chr., gereconstrueerd in een zuil, staan onder andere in het Landesmuseum Mainz (afb. 7).

Afb. 7. Rechthoekige zuilen met ribben in het Landesmuseum Mainz.

Zuilen opgebouwd uit rechthoekige blokken met ribben staan bijvoorbeeld ook in de zgn. Hal van de Dorische Zuilen (tussen 118 en 138) in de Villa van Hadrianus in Tivoli en in het Huis van Julia Felix (tussen 62 en 79) in Pompeï.
Twee rechthoekige fragmenten met een verdiepte rand passen bij elkaar (tabel 2, nr. 1 en 5, afb. 8). Het gaat waarschijnlijk om een voetstuk. Er zijn vier van richels voorziene fragmenten die gezien hun afwerking een duidelijke decoratieve functie hebben gehad (tabel 2, nr. 4, 6, 8 en 9). Twee daarvan zijn fraai afgewerkte hoekfragmenten (tabel 2, nr. 4 en 6, afb. 9 en afb. 10). Waarschijnlijk hebben de fragmenten met richels deel uitgemaakt van een voetstuk. De andere twee kunnen ook tot een lijst hebben behoord. De overige drie stukken (tabel 2, nr. 9, 10 en 11), die geen bijzondere kenmerken vertonen, lijken ook fragmenten van voetstukken.

Afb. 8.
Afb. 9.

Afb. 10.
Afb. 11.


Rond
De fragmenten met een ronde vorm hebben waarschijnlijk deel uitgemaakt van een zuil of sokkel. Twee ervan (tabel 2, nr. 14 en 15, afb. 11) passen aan elkaar en hebben dus tot hetzelfde bouwelement behoord. Een ander fragment (tabel 2, nr. 16) kan daar ook toe behoord hebben. Eén fragment heeft een versierende inkeping aan de bovenzijde en zal waarschijnlijk deel hebben uitgemaakt van een sokkel. Afgaande op de fragmenten hebben de diameters van de oorspronkelijke zuilen of sokkels, op één uitzondering, na tussen 44 en 55 cm gelegen. Afgaande op de verhouding die de Romeinse architect Vitruvius geeft tussen zuildiameter en -hoogte van niet-religieuze gebouwen van 1 : 7 (boek V, 9, 3) wijzen deze diameters op een zuilhoogte van tussen 308 cm en 385 cm.
Er is één fragment (tabel 2, nr. 18) waarvan de geconstrueerde diameter op slechts 18 cm uitkomt. Dit bouwelement zal eerder een versierende dan een dragende functie hebben gehad. Blijkens aangeklitte mortel is het later hergebruikt als funderingsmateriaal.

Afb. 12.

Rechthoekig/rond
Bij één fragment (tabel 1, nr. 22, afb. 12) gaat een rechthoekige basis, waarvan nog één gave zijde rest, over in een toelopende ronde vorm met richels. De eerste ronde richel heeft een gereconstrueerde diameter van 58 cm. Dit betekent dat de rechthoekige basis minimaal 59 x 59 cm moet zijn geweest. Na de derde en laatste richel is er een licht hellend vlak, dat op ca. 6 cm van de rand weer omhoog gaat. Op dat punt is het fragment evenwel beschadigd. Als dit punt de aanzet van een zuil is, zou die een diameter van ca. 44 cm hebben, wat een bij de andere zuil-/sokkelfragmenten veel voorkomende maat is. Het fragment kan deel hebben uitgemaakt van een voetstuk, maar misschien ook wel van een kapiteel. Overigens kan het ook het voetstuk of het kapiteel van een halfzuil (pilaster) zijn geweest.




Datering
Aangezien er geen inscripties op staan en de fragmenten ook te klein zijn om een bepaalde stijl te traceren, is een exacte datering niet mogelijk. Vergelijkbare rechthoekige zuilfragmenten met ribben in Duitsland en Italië laten een datering toe tussen ca 60 en 120 na Chr. . Steenbouw in Forum Hadriani is evenwel pas vanaf ca. 110 na Chr. waarschijnlijk. De Voorburgse fragmenten zullen daarom waarschijnlijk uit een latere periode dateren en afkomstig zijn uit de bloeitijd van Forum Hadriani, die gesteld wordt tussen het midden van de 2e en het begin van de 3e eeuw na Chr.

4. FRAGMENT VAN TUFSTEEN VAN ‘HET KELDERTJE’

Bij de heropgraving van de ROB in het Park Arentsburgh in 1988 werd ten zuidwesten van het zogenaamde ‘Keldertje van Reuvens’ tezamen met bijna dertig andere bouwfragmenten van natuursteen, een opmerkelijk stuk tufsteen geborgen. Het is wigvormig en is mogelijk onderdeel geweest van een boog boven een raam of een doorgang. Op basis van de hoek die de lange zijden van het fragment met elkaar maken, kan een overspanning van ca. 85 cm. worden gereconstrueerd (afb. 13).

Afb. 13.

5. CONCLUSIE

De bouwfragmenten van natuursteen die de AWV heeft aantroffen op de plaats van Forum Hadriani bevestigen het beeld dat eerder archeologisch onderzoek door Reuvens en Holwerda heeft opgeroepen, namelijk van een stedelijke nederzetting met aanzienlijke stenen gebouwen. Het belang van de bouwwerken in Forum blijkt uit het gebruikte materiaal: natuursteen, dat van ver moest worden aangevoerd. Het blijkt ook uit de zorgvuldige wijze van bewerking van met name de kalkstenen fragmenten. Tenslotte blijkt uit de toepassing van kalkstenen blokken met ribben, dat aansluiting is gezocht bij de ook in het Rijn/Moezelgebied en – eerder – in Italië gangbare mode. De zuil- en sokkelfragmenten wijzen op een monumentaal bouwwerk met een inwendige hoogte van minstens 350 cm. De boog die uit het wigvormige fragmenten is te reconstrueren, veronderstelt een ‘monumentale’ raampartij of doorgang van zo’n 85 cm. Mogelijk zijn de kalkstenen fragmenten uit de gassleuf afkomstig van het badgebouw of de basilica waarvan Reuvens even westelijker de fundamenten heeft aangetroffen.

Literatuur

  • Brongers J.A., Impressies van de opgraving te Arentsburg rond 1830, in ‘Urnen delven’ onder redactie van M. Addink-Samplonius, Dieren 1983
  • Buitendorp, T., Een vergeten Romeins badhuis, Westerheem XLV-V-1996 en XLV-VI-1996
  • Comment construisaient les Grecs et les Romains?, Dossiers de l’archéologie no. 25 novembre/décembre 1977, Dijon
  • Dal Maso L.B. en R. Vighi, Tivoli – Hadrian’s Villa, Florence 1976
  • Heimberg U. en A. Rieche, Die Römische Stadt, Colonia Ulpia Traiana, Köln 1986
  • Holwerda, Arentsburg, Leiden 1923
  • W. de Jonge, J.L.E. Marcillaud en C. Milot, Een nieuw kijkje in – en onder – Forum Hadriani, in Westerheem XLV-V-1996
  • Kroniek van Voorburg, deel 9 (Archeologie en Historie), Voorburg 1989
  • Landesmuseum Mainz, Römische Steindenkmäler, Mainz 1988
  • Magi G., Tout Pompéi, Firenze z.j.
  • Milot C., Proefsleuf Forum Hadriani, Kwadrant, 1985 no. 4
  • Milot C., Forum Hadriani, tussentijds overzicht, Kwadrant, 1986 no. 1
  • Vitruvius, Handboek bouwkunde, Amsterdam 1997


Tekst en tekeningen: Wim van Horssen
Foto’s: Cees Milot